Trial Club Obdam e.o.

 

 

 

Superbikes 2013

 
   
  Verslag: Cees Kruijer
Foto's: Renée Dekker, Cees Kruijer
 
 
 

Dit weekend stond voornamelijk in de het teken van Koning Winter en hoe blijf ik warm.
Het was zelden zo koud geweest.
Vrijdag op de weg naar het circuit begon het met een zacht miezer buitje. Ik mocht weer mee rijden met de comfortabele transporter van Dot. Vorig jaar nog net verworven en nu alweer in de aanbieding, omdat de dubbele cabine vanwege de privé gezinsauto niet zoveel meer toevoegt.
Dot zit eigenlijk helemaal in de uitverkoop, zijn Duccie 916 staat te koop en zijn trial brommer is al verkocht. Wat één baby niet allemaal kan aan richten.
Alleen jammer dat een week terug zijn nieuwe 1098 is omgevallen ten tijde dat ie er op reed.
Geluk bij een ongeluk, deze was all risk en zijn ouwe Duccie mocht weer van stal als reserve motor.
In Assen aangekomen op het terrein van de Asser Boys, had oud secretaris Klaas Veerman de plaats voor de trialclub en aanhang al af gezet. Snel de party tent overeind gezet en de koelkasten uitgeladen en aan gesloten op het aggregaat van Bert ten Haaf.


Hier hadden we rustig de tijd voor kunnen nemen aangezien het buiten de koelkast kouder was als erin.
Ondanks de wat tegenvallende temperatuur van net boven het vriespunt, werden toch voorzichtig de eerste blikjes open geplopt.

 

 

Het weer nodigde niet uit om naar de baan te gaan om nog even naar de trainingen te gaan kijken, dus we zochten ons vertier in het kamp. Rond het stookvat was het wel goed vertoeven, als je maar bleef rond draaien. Was de voorkant lekker doorgebakken dan was het tijd om de achterkant weer te ontdooien. De meeste gingen op zoek naar warme plekken en kropen bij elkaar in de vele campers die de triallisten inmiddels onder de kont hebben. De kachel aan en de glühwein en Jagermeister op tafel.

De familie Stoop hadden hun Britse vrienden weer over laten komen en deze zaten in de feesttent van de familie Stoop zolang mogelijk het moment uit te stellen voordat ze in hun ijskoude tentjes moesten.

De meesten onder ons hadden nog de temperaturen van vorig jaar in hun gedachte en waren goed van huis gegaan. Niet meer in een tent slapen, goede matrassen en voldoende slaapzakken. Ook dekbedden en elektrische dekens en kachels waren aan gevoerd.
Mathijs Groot liet hier voor zelfs 's nachts een eigen aggregaat draaien.

De volgende dag 's morgens vroeg arriveerde de rest van de club. Dit jaar was er maar één motorrijder op de motor gekomen. De rest had zich per vierwieler naar Assen verplaatst.
Ontbijten koffie koken, brood smeren en op naar het circuit voor de trainingen en de kwalificaties.
Het was gelukkig droog, maar met een temperatuur van net boven het vriespunt en een zonnetje die zich nog niet liet zien, aangevuld met een schraal windje was het afzien. Gaande weg de dag kroop het bevroren gevoel via de benen omhoog. Gelukkig had ik mijn winterjas nog mee en ook de regenbroek ging aan om de temperatuur binnen de kleding te houden.
Aris prijsde zich gelukkig dat hij zijn thermo ondergoed nog in de camper had liggen en maakte hier dankbaar gebruik van.
Gelukkig won de zon halverwege de middag het van de sluier bewolking en was het beter uit te houden.


Een echte Schot met doedelzak probeerde nog wat warmte te brengen met zijn muziek.
Frans Schilder, voormalig meester trompettist, liet even horen hoe ze dit in Holland doen.
Hierna was het terras leeg waar net nog honderden mensen stonden.

 
Ondertussen hadden een aantal van ons in het rennerskwartier een grote tent gevonden waar het goed vertoeven was en lieten zich er lekker doorwarmen.
Tegen de tijd dat deze heren zich bij het kamp melden voor de barbecue was er bij de meeste een gelukzalige glimlach op het gezicht te ontdekken en was de grootste dorst gelest.

Het was inmiddels al bijna donker geworden en Klaas Veerman, voor het leven aangewezen als vleesgaarder, wierp zich op het vlees en de barbecue. Iedereen stierf bijna van de honger, want het was al tegen negen uur, en liet zich de saté goed smaken.

Deze avond werd het niet ook niet echt laat, mede doordat de temperatuur onder het vriespunt dook en alle auto's onder een laagje rijp bedekt raakte.

De volgende ochtend weer vroeg en fruitig opstaan en de tassen vullen met overlevingsmiddelen en op naar het circuit.


Voordat we konden afreizen naar het circuit moesten we de enigste motorrijder met motor onder ons uit zwaaien, want zijn dochter was jarig en moest dus thuis "acte de presence" geven.
Echter Bram de blonde krullenkop had tegenslag, want zijn Ducatie 996 was nog bevroren. Gelukkig waren enkele onder ons bereid om de Italiaan een zetje te geven. Na een kleine honderd meter en onder het slaken van grote kreunen gaf de Duc zich gewonen en kwam roggelend tot leven. De twee aanduwers hadden het even niet zo koud meer.
Op het circuit waren de ijsberen van de baan gejaagd en konden de coureurs de winterbanden warm rijden.
Dus naar het  circuit waar ons zonder uitzondering mooie races werden voor geschoteld, die allemaal spannend waren.
 

In de Supersport 600 reed landgenoot Michael van der Mark zich, na een slechte kwalificatie, van de viertiende naar een vierde plek.
Gaandeweg de dag begon de temperatuur zich ook los te wrikken van het nulpunt en tegen half vier met de laatste superbike wedstrijd werd het zelf aangenaam op de tribune. De zon scheen er lustig op los en aangezien er een verkoelende bries stond, liet menigeen zich lekker verbranden zonder er erg in te hebben.
Na deze race de boel verder inpakken en met rode koppen snel naar huis.

Onze vaste slager Chris Blankendaal was helaas niet van de partij door fysieke problemen. Inmiddels is er iets meer duidelijk geworden over zijn toestand. Hij heeft drie tumoren in zijn hoofd en staat aan het begin van een zwaar traject van diagnose en behandeling. We wensen hem veel sterkte in zijn strijd.

 

 
 
 
 
laatst bijgewerkt door: C.M. Kruijer 24-03-2018